Weer aan het werk

Weer aan het werk

Collega Monique werd benaderd door FD Persoonlijk of zij als arbeidsdeskundige mee wilde werken aan terugkeren naar werk na langdurige ziekte. Uiteraard deed zij dat! Hieronder haar bijdrage. 

Weer aan het werk na ziekte of een ongeluk: dit zijn de valkuilen

Na ziekte of een ongeluk staat een kantoorrentree niet meteen bovenaan de prioriteitenlijst. Maar hoe pak je het werkende leven weer op als je eenmaal bent hersteld? ‘Toen ik merkte: ik kan nog van alles, begon het weer te borrelen.’

Tekst Kim van der Meulen

Ongeluk komt nooit alleen, weet ondernemer Pieter Jongens (34). Vorig jaar januari ging Hutspot, de conceptstore waarvan hij mede-eigenaar was, failliet. In mei hing zijn leven ineens aan een zijden draadje na één verkeerde stap. “Ik stapte op Amsterdam Centraal uit de metro en struikelde,” zegt hij. “Ik viel bijna drie meter van het perron naar beneden, met mijn achterhoofd op de betonnen plaat tussen de rails. Ik lag er levenloos bij, maar mijn hart klopte nog.” In het ziekenhuis bleek Jongens een hersenkneuzing en -bloeding en meerdere schedelbreuken te hebben. Een deel van zijn schedel werd tijdelijk verwijderd om de druk op zijn hersenen te verlichten. “Ik werd in coma gebracht, maar daar kwam ik niet meer uit. De artsen gaven me een half procent kans om wakker te worden en er geen noemenswaardige schade aan over te houden.” Tegen alle verwachtingen in ontwaakte hij na tweeënhalve week. Hij was linkszijdig verlamd en kon niet praten.
Aan de nieuwe ondernemersplannen waarop Jongens zich voor zijn val enthousiast oriënteerde, dacht hij niet meer. “In een revalidatiecentrum kreeg ik fysiotherapie en begeleiding om mijn kracht terug te krijgen: eerst rustig op een hometrainer zitten, later met een rollator lopen en uiteindelijk zonder. Na acht weken mocht ik thuis verder revalideren. Bij mijn vriendin, dochter en pasgeboren zoontje.” Na een halfjaar kreeg hij weer zin om te werken. “Toen ik merkte: ik ben niet dood en kan nog van alles, begon het weer te borrelen. Ik zit al een jaar thuis en heb me al die tijd niet echt een onderdeel van de maatschappij gevoeld. Mijn energie moet ik nog goed verdelen, maar dat gaat steeds iets beter. Ik wil weer aan de slag.”

Grenzen

Terugkeer naar werk is een belangrijk onderdeel van een revalidatietraject, weet neuropsycholoog Merel Oudshoorn. Zij werkt bij revalidatiecentrum Heliomare, waar ze mensen begeleidt bij hun arbeidsre-integratieproces. “Hoe makkelijk iemand het werkende leven weer oppakt, verschilt per persoon en situatie,” zegt ze. “Voor sommige mensen is het moeilijk aan hun herstel te werken omdat ze moeite hebben met grenshantering. Dat zien we vaak bij mensen die heel bevlogen zijn in hun werk, of perfectionistisch zijn. Anderen vinden het moeilijk te accepteren dat ze minder kunnen dan voorheen. Daar proberen ze tegen te vechten, of ze reageren daarop met somberheid, depressie of angst.”
Veruit de meeste mensen moeten vooral de balans tussen belasting en belastbaarheid terugvinden, zegt Oudshoorn. Simpel gezegd: de balans tussen wat je doet en wat je op dit moment kunt. En die moet rustig worden opgebouwd. Het is daarom heel belangrijk dat ook een bedrijfsarts en leidinggevende bij de situatie worden betrokken, zegt Oudshoorn. “Dan kun je samen afstemmen: wat zijn taken die iemand wel of niet kan uitvoeren? Hoe kan die persoon weer een werkritme opbouwen? Hoe stel je iemand die last heeft van prikkelgevoeligheid langzaam bloot aan prikkels? En dat begint dus bij je belastbaarheid kennen.” Dat is soms makkelijker gezegd dan gedaan: veel mensen lopen te hard van stapel en krijgen een terugval. Oudshoorn: “Je moet echt leren: wat kan ik aan, hoelang kan ik iets doen voordat ik moet stoppen? Die grenzen moet je vervolgens duidelijk aangeven bij collega’s en leidinggevenden.”
Dat leerde Annelie van den Boomen (43) vier jaar geleden. Alledaagse handelingen als tandenpoetsen en appen lukten haar ineens niet meer; binnen drie dagen was ze rechtszijdig verlamd. De oorzaak was een hersenabces, vijf centimeter in doorsnee. Na een ziekenhuisopname, inclusief operatie en antibiotica-infuus, volgde een zware herstelperiode, waarin ze in een rolstoel zat en met een rollator liep. “In een gespecialiseerde revalidatiekliniek leerde ik mijn rechterhelft weer gebruiken: kauwen, traplopen, een Ikea-kastje in elkaar zetten,” zegt ze. “Ik mocht weg als ik zelfstandig kon koken, omdat ik alleen met mijn negenjarige dochter woonde. Dat lukte na drie weken. Vanaf dat moment ben ik mijn werk gaan opbouwen, naast mijn ambulante revalidatie.” Van den Boomen wilde haar werk als businessmanager bij Virtual Affairs zo graag oppakken, dat ze over haar grenzen ging en een epileptische aanval kreeg. “Mijn arboarts heeft me daarna afgeremd, en een ergotherapeut heeft me geholpen met het bepalen van mijn belasting. Ik moest punten geven aan alle activiteiten die ik op een dag wilde doen: de vaatwasser inruimen, een uurtje werken. Zo plande ik mijn dagen in. Ik was heel prikkelgevoelig.”
Op het werk ging Van den Boomen met haar gezicht naar de muur zitten en liet ze collega’s meekijken naar haar calculaties. “Die durfde ik niet zelfstandig de deur uit te doen, want mijn langetermijngeheugen was aangetast. Mijn e-mails checkte ik ook wel drie keer op fouten.” Haar collega’s en leidinggevenden hadden er alle begrip voor. “Een van mijn directeuren heeft zelfs het vlees van mijn ziekenhuismaaltijd voor me gesneden, toen ik dat nog niet kon. Hij zei: jij gaat gewoon terugkomen. Dat gaf me vertrouwen. De directeuren zorgden ook dat klanten, partners en collega’s op de hoogte waren. Door die enorme collegialiteit schaamde ik me niet om mijn grenzen aan te geven als dat nodig was.”

Houvast

Werkgevers zijn verplicht mee te werken aan een re-integratietraject, weet Monique Mijnders, arbeidsdeskundige en oprichter van Het Arbeidskundig Collectief. “Dat staat in de Wet Verbetering Poortwachter. Werkgevers kunnen aan allerlei knoppen draaien om iemands arbeidsvermogen beter te laten aansluiten op veranderingen in de belastbaarheid. De taakinhoud al dan niet tijdelijk aanpassen, bijvoorbeeld. Als werkgever moet je goed kijken: hoe kan ik iemands talenten zo goed mogelijk inzetten, rekening houdend met deze beperkingen? Als dat stroef verloopt, kan de werkgever of bedrijfsarts een onafhankelijke arbeidsdeskundige inschakelen.”
Van werknemers wordt ook iets verwacht: zij moeten aangeven waar ze staan, wat ze nodig hebben van collega’s of leidinggevenden en wat de toekomstverwachtingen zijn. “Die kunnen anders zijn dan voorheen,” zegt Mijnders. “Een confrontatie met ziekte of een ongeluk kan werk in een ander perspectief plaatsen. Mensen die heel ambitieus waren, vinden hogerop komen daarna soms minder belangrijk. Maar het versterkt soms ook het besef dat werk zingeving en voldoening biedt. Werk geeft houvast.”
Dat geldt in elk geval voor Van den Boomen, die een zwaardere baan heeft dan voor haar ziekte: ze is sinds twee jaar managing director van digital agency Creates en geeft leiding aan dertig mensen. Pieter Jongens hoopt snel een nieuw ondernemersavontuur te vinden, met daarnaast genoeg tijd voor vrienden en familie. “Werken was nooit zaligmakend voor mij, en dat is het nog steeds niet,” zegt hij. “Maar het is wel erg leuk om aan iets te bouwen.”

Goed gesprek

Werkgevers hebben soms het idee met lege handen te staan in gesprekken over re-integratie, omdat alleen de bedrijfsarts medische informatie heeft. Maar het ziektebeeld hoeft niet besproken te worden, zegt arbeidsdeskundige Monique Mijnders: “De arts vertaalt de diagnose naar voorwaarden die de werknemer nodig heeft om te kunnen werken. Op basis daarvan kan een werkgever bepalen hoe hij of zij de werknemer daarin kan faciliteren. Als je goed met elkaar kunt communiceren, verlopen re-integratietrajecten veel succesvoller en minder stressvol.”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.